oefeningen, werkwoorden, frans leren

  

FACILE (Makkelijk)  :  A

MOYEN (Gemiddeld)  : B

AVANCÉ (gevorderd) : C

PRÉSENT    ZET HET WERKWOORD IN DE TEGENWOORDIGE TIJD
ÊTRE  A

A

A

 être OF avoir  A / B

être EN avoir  A / B 

ALLER A / B / C

Nº1  A / B

Nº2  B / C

 Les étrennes des orphelins (ARTHUR RIMBAUD) B / C

TEGENWOORDIGE TIJD    OF    VERLEDEN TIJD (O.V.T)    
Le mystère de la chambre jaune (Gaston leroux) B / C

Jésus-christ en Flandre (balzac) C

IMPARFAIT   ZET HET WERKWOORD IN DE VERLEDEN TIJD (O.V.T)
ALLER  A / B / C

 CONTES DU LUNDI (Alphonse Daudet)  C

  BARBE BLEU (Charles Perrault)  B / C

LES MALHEURS DE SOPHIE (COMTESSE DE SÉGUR )  B / C

LA BÊTE HUMAINE (ÉMILE ZOLA)  B / C

FUTUR SIMPLE    ZET HET WERKWOORD IN DE TOEKOMENDE TIJD
ALLER A / B / C

Nº1 B / C

Nº2 A / B

Nº3 A / B

 

Logo-box1